NL
EN
DE
La Félibrée, groot Occitaans feest

In de zomer van 2011 had het dorp Belvès de grote eer om, na bijna veertig jaar, opnieuw het toneel van la Félibrée te zijn. Dit grote occitaanse feest wordt ieder jaar in een andere stad in de Périgord georganiseerd door “Lo Bournat dau Périgord” : een vereniging die beslist niet alleen uit is op toeristenvermaak, maar vooral wil voorkomen dat de occitaanse tradities in de vergetelheid raken.

Occitanië 
Occitanië (Occitaans: Occitània, Frans: Occitanie) noemt men het gebied waar Occitaans wordt gesproken. Het gebied wordt Pays d’Oc of Languedoc genoemd. Met die tweede naam wordt tevens de taal aangeduid (langue d’oc). Met uitzondering van het gebied ten zuiden van Bayonne waar Baskisch de moedertaal is en Roussillon, de streek rond Perpignan waar Catalaans wordt gesproken, behelst Occitanië ongeveer het deel van Frankrijk ten zuiden van de lijn Bordeaux, Limoges, Clermont-Ferrant en van Valence naar Briançon.

Occitanië bestaat uit de regio’s Aquitaine (waar de Périgord onder valt), Limousin, Midi-Pyrénées, Languedoc-Roussillon, Provence-Alpes-Côte d’Azur en Auvergne (uitgezonderd het departement Allier). Ook de departementen Ardèche en Drôme in de regio Rhône-Alpes vallen onder Occitanië.
Er wonen ongeveer 15 miljoen mensen, waarvan circa 10 miljoen Occitaans begrijpen en ongeveer twee miljoen het dagelijks spreken. De basis van deze taal is in alle regio’s hetzelfde, hoewel er zelfs per dorp verschillen zijn in de uitspraak van bepaalde woorden. Het taaltje heeft iets weg van Spaans door de klanken en de rollende “r”. Het contrast met de Franse taal is als Fries met Nederlands.
Het Kathaarse kruis, dient als inofficiële vlag van Occitanië.
Gedurende de kruistochten tegen de Katharen werd Occitanië bij Frankrijk gevoegd. Daarvoor bestond het uit onafhankelijke staatjes, waarvan het graafschap Toulouse het machtigste was. Tegenwoordig maakt de Occitaanse cultuur een opleving door: nadat het een generatie geleden verboden werd om op school occitaans te praten, wordt op bepaalde scholen weer les gegeven in de oude taal en worden er cursussen voor volwassenen georganiseerd. Ook verschijnen er hier en daar zelfs tweetalige plaatsnaamborden.

Het vroegere leven herbeleven
In de eerste jaren bijna ieder jaar en sinds tientallen jaren ieder jaar, in het eerste weekend van juli, wordt er in een andere stad in de Périgord (de oude naam van de Dordogne-streek) een Félibrée gehouden.
Het evenement wordt georganiseerd door de vereniging “Lo Bournat dau Périgord”, opgericht in onze regio in 1901 in Périgueux. De eerste Félibrée werd in 1903 georganiseerd in Mareuil sur belle.

De 17e eeuwse Périgordijnse schrijver Eugène le Roy, stelde voor om de vereniging, waar hij peetvader van werd, “Lo Bournat dau Périgord” te dopen. Daar Bournat in de oude taal “bijenkorf” betekent. Hij koos voor deze symbolische naam omdat er volgens hem voldoende bezige bijen bestonden om goede honing te maken, maar ook genoeg in aantal om diegenen te steken die hen bedreigde …

Het feest is dus vooral een symbool van resistentie, het behoud van de wortels van het volk en de authentieke wijze van leven. Het onderstreept en versterkt de universele waarden als saamhorigheid, solidariteit, tolerantie en nijverheid. Evenals de noodzaak om de oude tradities, gewoonten en taal te verdedigen. Het occitaans is een erfstuk van de troubadours die zongen in de occitaanse taal in ieder hof van Europa en gesproken werd door iedere (groot)vader. De taal is vandaag de dag helaas meer en meer aan het verdwijnen.

Men wil de bezoeker, of liever nog: deelnemer, het leven van vroeger laten herbeleven. En laten nadenken over de “evolutie” naar ons huidige tijdperk. De snelheid van het leven anno nu, met onze overvolle agenda’s en slimme telefoons. Altijd haastig onderweg naar ergens en afgeleid door elektronica. Men wil je stil laten staan in de tijd waar de (Franse) voorouders nog de tijd namen om te leven, te zingen, te dansen met anderen en elkaar te ontmoeten aan lange tafels op het dorpsplein voor het traditionele banket “la Taulada” genaamd.
Het menu bestaat sinds jaar en dag uit: Tourain (knoflooksoep), Foie Gras (eenden- of ganzenlever paté), Confit de canard (Gekonfijte eend), Haricots couennes (groene flageolet boontjes met stukjes varkenshuid, Cabécou (zacht geitenkaasje), salade en aardbeien. Een tafel vol en dus een garantie voor een lange lome zomeravond in een sfeer van saamhorigheid die de familie- en burenbanden versterkten. Het was ook de tijd waarin handwerklieden nog gewoon de dagelijkse benodigdheden in hun werkplaatsen vervaardigden – duurzaam door vakmanschap.

Vroeger werd er slechts eens per jaar honing geoogst, de dorpsgenoten hielpen elkaar met deze activiteit. De oogst vond jaarlijks plaats in het eerste weekend van juli; dat de Félibrées ook op dit tijdstip worden gevierd, zal niet op toeval berusten …

Het occitaanse lied “La coupa santa” gecomponeerd door Frédéric Mistral is een hymne over de Félibrée. Een zin uit dit loflied luidt: Participer à une félibrée aujourd’hui, c’est aimer les choses simples, l’amitié, le partage, le respect des autres, la tolérance, aimer ce qui est beau, ce qui est sain. Oftewel: vandaag de dag deelnemen aan een Félibrée, betekent houden van simpele dingen, vriendschap, delen, respect voor anderen, tolerantie, houden van wat mooi is, van wat goed is.
Een vaag gevoel van heimwee ontwaakt in mij …

Koningin
Ieder jaar weer kunnen steden, groot en klein, zich opgeven voor de organisatie van de Félibrée. De vereniging “Lo Bournat dau Périgord” maakt ruim van te voren bekend welke keuze uit de hoge hoed is gekomen. Het betreft dan de gekozen stad of dorp plus de omliggende gemeenten die bij dat arrondissement horen. Alle gemeenten leveren hun eigen bijdrage aan het slagen van deze dag.

Daar is een hoop voorbereiding voor nodig: al in september, tien maanden van te voren starten de eerste vergaderingen en vanaf januari ontmoeten de dorpelingen elkaar op vaste avonden om bloemenslingers te maken, kleding te vervaardigen, decors te bouwen, dans en theater in te studeren en de technische kanten te bespreken. Hier begint de saamhorigheid al voelbaar te worden.

In iedere bijenkorf hoort een koningin. Elk dorp kiest daarom haar koningin, voor Bèlves en zijn gemeenten was er dus sprake van 14 koninginnen. Zij worden discreet gekozen, dus podium, microfoon, badpak en een volle muffe zaal zijn niet aan de orde. Tot de criteria hoort niet dat ze persé mooi moet zijn, maar eerder dat het meisje in kwestie een beetje occitaans weet te praten, ze occitaans kan lezen, een band heeft met het platteland en de occitaanse cultuur en tussen de 16 en 30 jaar oud is. In vroeger tijd moest een gekozene ook nog maagd zijn, maar omdat de spoeling momenteel al zo dun is, is dit laatste criterium van de lijst geschrapt …
Uit het aantal gegadigden wordt democratisch één “ koningin van de Félibrée” gekozen. De nummers twee en drie worden betiteld als mademoiselles d’honneur. De meisjes blijven twee dagen aan de arm van hun burgemeester en eten naast hen aan tafel.

Om zo’n groot feest aan te kondigen, is er een mooie affiche nodig. Daarom wordt er een wedstrijd georganiseerd onder de inwoners van het arrondissement en wordt het mooiste en beste ontwerp uitgekozen. De creatie van de winnaar of winnares wordt niet alleen gebruikt voor het affiche, maar ook voor flyers, persberichten, souvenirs en het programmaboek. De mooiste overige inzendingen zijn daarna te bewonderen in het programmaboek. Ook de burgemeesters van ieder dorp dat gelieerd is aan de organiserende stad, krijgen schrijfruimte in dit boekje. Zij poseren op een foto boven hun artikel met “hun” koningin aan de arm.

Het arrondissement Belvès bereidde in 2011 de vierde Félibrée in zijn geschiedenis voor. De eerste in 1928, vervolgens in 1949 en 1974. Iedere gemeente van Belvès kreeg een of meerdere straten, een plein, bepaalde plek of toegangspoort toegewezen om te decoreren en de opdracht om ieder zijn eigen blazoen te vervaardigen.

Bezige bijen
Ik was welkom om een avond te komen kijken in de gemeente Sagelat waar een groep van tien oudere dames en een meneer elkaar twee avonden per week ontmoetten in de kleine feestzaal van hun dorp.
Die avond ben ik aanwezig op uitnodiging van Thèrèse; een innemende kleine vrouw van dik in de zeventig. Door haar pure uitstraling kan je niet anders doen dan haar meteen in je hart sluiten als je haar ontmoet! Terwijl de bezige handen van Thèrèse met grote behendigheid de zoveelste bloem van plastic in elkaar frutselen, vertelt ze dat de Félibrée in Belvès de derde in haar leven zal zijn. Ze herinnert zich dat ze als 12 jarige vlechten van klimop en stro hielp maken om de autoloze straten te decoreren. De tweede keer waren haar kinderen dezelfde leeftijd als zij was bij haar eerste Félibrée en deze keer zal ze met haar grote kleinkinderen door de met plastic bloemen versierde straten wandelen!

In het zaaltje hangt een gezellige en ontspannen sfeer, hoewel iedereen druk bezig is. Op de tafels staan, tussen de voorgesneden bloemenvormen en ijzerdraadjes, schalen met koekjes en kersen. Op de grond naast ieders stoel staat een vuilniszak die gedurende de avond voller en voller zal raken met roze bloemen.
Her en der in de ruimte staan dozen en zakken met oranje, rode, witte en gele bloemen en de kapstok is overladen met groene slingers. Het bordje dat erboven hangt met de vraag om de kapstok vrij te houden, wordt genegeerd … Maar de dag erna, kunnen de schoolkinderen er vast hun jasjes weer ophangen als ze naar de kantine gaan voor hun middagmaaltijd.

Dwars door het zaaltje zijn lijnen gespannen waar vier dames bloemen aan binden. Dit zijn de guirlandes-in-wording die ter decoratie “hun” straat gaan overspannen. Aan een tafel staat de meneer met een assistente het blazoen van hun dorp te maken. Zij maakt kunstige kleine roosjes van crêpe papier, hij plakt ze met een lijmpistool op de juiste plaats.
Vanavond is het “roze” avond, wat te zien is aan de creaties van het vijftal vrouwen aan de tafel; zij maken roze/ witte bloemen. Thèrèse laat mij zien hoe het in zijn werk gaat. Ze spreekt met een rollende “R” die typisch is voor de oudere mensen uit deze streek die met het occitaans zijn opgevoed.
Ze pakt een roze vorm, legt daarop iets verspringend een witte en daarop weer een roze. Thèrèse zet haar vinger in het hart, vouwt de bloem behendig om haar vinger en draait de punt een paar keer rond. Deze wordt vastgezet met een ijzerdraadje, even ter keuring omhooggehouden en valt dan zachtjes verend tussen andere bloemen in de zak naast haar stoel. Het ritueel herhaalt zich en de rimpels in haar doorleefde handen dragen verhalen over werken op het land, in de keuken, het slachten van kippen en konijnen, het stapelen van houtblokken, het afvegen van kindertranen en het boenen van een vloer.
Terug uit mijn korte mijmering volg ik de instructies van Thèrèse en vind het een reuzeleuk idee dat er straks ergens in de straten van Belvès ook een bloem van mij zal deinen in de wind!

In totaal zullen de mensen van dit dorp zo’n 36.000 bloemen maken. Deze worden twee weken voor het grote feest opgehangen door de mannen met behulp van een hoogwerker. De vrouwen zullen dan echter ook ter plekke zijn voor advies en de laatste perfecties, alsof hun persoonlijke eer ervan afhangt.

Het feest kan beginnen!
Iedere Félibrée krijgt een thema. Belvès koos er bijvoorbeeld voor om het leven van de vrouw van 1880 tot 1930 te eren; haar rol in het leven van alledag en de verschillende beroepen die vrouwen uitoefenden in die tijd.
Twee dagen lang bruist de stad van de traditionele activiteiten en animaties, waarbij alle vakkennis van de locale handwerklieden tot hun recht komt: een smid leeft zich zwetend uit op een zwaardblad dat op zijn aambeeld rust, er worden manden gevlochten, wijnvaten gemaakt, er zijn pottenbakkers met hun handen vol klei, kantklossende dames buigen zich geconcentreerd over hun friemelige werk, op verschillende plaatsen in de stad zweven heerlijke geuren rond doordat verklede dames en heren er culinaire tradities bereiden .
Het hinniken van een paard en de geur van vers stro leidt naar een nagebouwde dierenmarkt en er zijn tientallen oude landbouwwerktuigen te bewonderen. Een ruimte in een oud gebouw is omgetoverd tot schoolklasje, compleet met potkachel, inktpotjes en ander oud lesmateriaal. Ergens op een pleintje klinken vrolijke deuntjes uit een oude draaimolen; glunderende kinderen deinen op en neer op de kleurrijke houten paardjes .
Op een ander plein toont een valkenier zijn kunsten. Kinderen kunnen oude spellen uit hun grootmoeders tijd herontdekken en ergens demonstreren een imker, een geitenhoedster en een ganzenfokster hun kennis.
Ook de winkeliers van de stad participeren actief door hun etalages te decoreren met traditionele objecten, hen veelal geleend door verzamelaars. En in verschillende gebouwen worden exposities vertoond. Het is dé verrijkende gelegenheid om terug in de tijd te gaan!

Vele inwoners van de Périgord, uit alle hoeken van het departement , hullen zich voor hun bezoek aan de Félibrée in traditionele kostuums. De dames: een hoofdkap van kant, een geborduurde omslagdoek en lange rokken. De heren dragen een grote zwarte vilten hoed, een wijde witte blouse en een gilet van zwart velours. De bezoeker kan ook een kostuum huren; de maanden voorafgaand aan het evenement hebben ook de naaisters niet stilgezeten!

Op zaterdagmiddag wordt de Félibrée geopend; het is niet de belangrijkste dag van de twee, maar het zou toch jammer zijn van al het werk en voorbereidingen om het feest alleen op zondag te houden … Die middag wordt er een defilé gehouden van de geselecteerde koninginnen en wordt er een bruiloft uit vroeger tijd nagespeeld. Gevolgd door un vin d’honneur, oftewel een apéritif. De avond wordt gevuld met een diner, theater en concerten. Per jaar en per stad kan het programma variëren, ieder geeft er zijn eigen invulling aan.

Sleutels
Maar op zondagochtend begint het pas echt: Het vastgestelde ritueel begint met het welkom heten van de bezoekers aan de hoofdpoort van de stad. Dit is een decor speciaal voor de gelegenheid vervaardigd. De burgemeester van de stad reikt de gekozen koningin de sleutels van de stad aan. Dit houdt een symbolische machtsovername in van de stad en de Félibrée. Zij loopt vervolgens aan de arm van de burgemeester de met bloemenslingers overspannen straten van de stad in. De burgervader wordt vanaf dat moment le majoral, genoemd.
Gedurende de dag zijn het le majoral en la reine, de koningin van “de bijenkorf”, die regeren in de stad. Het defilé van belangrijke mensen en folkloristische dansgroepen komen vervolgens de stad binnen en beelden verschillende scènes uit die de beslaglegging markeren:
-Er wordt een plaquette onthuld ter herdenking aan een persoon die een spoor heeft nagelaten door bijvoorbeeld iets goeds te hebben gedaan voor de stad in de geest van de occitaanse cultuur
– Vervolgens houdt de bisschop een mis in het occitaans
– Er worden bloemen gelegd bij het herdenkingsmonument van de oorlogsdoden
– Daarna volgt het eerste traditionele banket , le taulada. Het belangrijkste moment is niet alleen het banket, maar ook de toespraak van le majoral in het occitaans waarin hij tegenover de aanwezigen op ferme wijze herinnert aan het culturele belang van het occitaanse erfgoed. Dit ritueel heet in het occitaans: “lo majoral fissona”, wat betekent dat de majoral steekt. Om te herinneren aan het symbool van de bijen van de bijenkorf die voldoende in aantal zijn om niet alleen honing te produceren, maar zich ook kunnen verdedigen!
-De middag wordt gewijd aan la cour d’amour, het gerechtshof van de liefde, waar traditionele dansen, theaterstukken en liederen in het occitaans op het menu staan. La cour d’amour herinnert aan de tijd waarin het hofleven, dankzij het werk van de troubadours, de waarde is gaan inzien van liefdevol respect voor vrouwen.
-De avond wordt afgesloten met een concert en weer een uitgebreid traditioneel banket.

Menig lid van de organisatie zal er aan het eind van de avond slap en slaperig bij zitten en huiveren bij de gedachte dat in de komende dagen de stad weer teruggebracht moet worden naar ons huidige tijdperk; alsof er niets is gebeurt …
Daarna breekt pas de tijd aan om moe maar voldaan bij te komen van alle bedrijvigheid.

Welverdiend, want er wordt goede honing gemaakt in de korven van de Périgord; op naar de 100e editie van het fenomeen la Félibrée; viva la Félibrejada!

 

Schrijfster
Danielle van Duijn is de schrijfster van het boek “VerhalenderWijs”. Hierin beschrijft zij hoe ze door het wonen in la douce France steeds wat wijzer is geworden. Over zichzelf, het buitenleven, het volk, het land, de verschillen met Nederland en het leven in het algemeen. Soms door schade en verdriet, maar bovenal met verbazing en plezier. De belevenissen uit haar nieuwe leefwereld heeft zij naar waarheid en in chronologische volgorde aan het papier toevertrouwd. Dit boek is het resultaat! Het boek bestaat uit 88 korte verhalen, telt 292 bladzijden en is geïllustreerd met cartoons. Bestel het boek van Danielle hier.